Programmering en prioritering

De sleutel in de programmering van het HWBP is urgentiebepaling: de meest urgente projecten komen het eerst aan de beurt. Ook het beschikbare budget speelt een belangrijke rol bij het programmeren. Omdat het HWBP een voortrollend programma is, worden ieder jaar de volgende processtappen doorlopen:

Inventariseren

Met de resultaten van de Derde Toetsing als uitgangspunt, is aan de beheerders gevraagd welke dijkvakken zij de komende jaren willen versterken.

Clustering tot projecten

Deze dijkvakken zijn geclusterd tot projecten. De beheerders hebben vervolgens aangegeven welke dijkvakken en/of kunstwerken binnen het project vallen en welke faalmechanismen opgelost moeten worden.

Urgentiebepaling

Op basis van urgentie is een volgorde van projecten gemaakt. De urgentie is bepaald aan de hand van de kans op falen en de gevolgen van een dergelijk falen. Om de gevolgen van doorbraken per dijkvak en kunstwerk in termen van economische schade te bepalen, is gebruikgemaakt van de overstromingsberekeningen uit het project 'Veiligheid Nederland in Kaart' (VNK2, zie kader) en het beleidsonderzoek 'Waterveiligheid 21e eeuw' (WV21).  De dijkvakken en kunstwerken zijn gekoppeld aan de dichtstbijzijnde doorbraaklocatie in hetzelfde dijkringdeel. Het resultaat van deze stap is een lijst van projecten, in volgorde van urgentiescore

Uniek aan het HWBP

Uniek uitgangspunt van het programma is dat er jaarlijks een nieuw programma voor de komende jaren wordt opgesteld. Dit maakt het mogelijk om ieder jaar te anticiperen op veranderende inzichten en uitgangspunten (zoals bijvoorbeeld de nieuwe normering). Zo kan altijd het eerst worden gewerkt aan de meest urgente delen, terwijl tegelijkertijd gelet wordt op de stabiliteit van het programma.

Projectoverstijgende verkenningen (POV)

Soms is het efficiënt om de verkenning van meerdere projecten te bundelen, in een zogenaamde projectoverstijgende verkenning (POV). Op basis van onderstaande criteria kan besloten worden tot het starten van een POV.
Projecten zijn onderdeel van dezelfde dijkring en/of hebben dezelfde hydrologische omstandigheden of samenhang met elkaar. Er zijn kansrijke productinnovaties en/of nieuwe kennis over faalmechanismen of oplossingen beschikbaar, die voor meerdere projecten van toepassing zijn (kansenscan).

Er zijn aanvullende beleidskeuzes en/of instrumentarium (zoals rekenregels) nodig die doorwerken in meerdere projecten.

In 2014 zijn drie projectoverstijgende verkenning gestart: Piping (trekker Waterschap Rivierenland), Centraal-Holland (trekker Waterschap De Stichtse Rijnlanden) en Waddenzee (trekker Wetterskip Fryslân). In 2015 start een nieuwe projectoverstijgende verkenning Macrostabiliteit (trekker Waterschap Rivierenland). Daarnaast start een landelijke verkenning Zettingsvloeiing (trekkers Hollandse Delta en directoraat-generaal Ruimte en Water van het ministerie IenM).

Aanpak aardbevingsdijken

De aardbevingen als gevolg van de gaswinning in Groningen hebben niet alleen effecten op de gebouwde omgeving, ook de waterkeringen worden extra belast. Uit onderzoek blijkt dat zo'n 40 kilometer zeedijken (primaire keringen) en 60 kilometer dijken langs onder andere kanalen (regionale keringen) een risico vormen bij zware aardbevingen.

Deze extra opgave aan de zeedijken als gevolg van de aardbevingen valt binnen het beheersgebied van het Waterschap Noorderzijlvest voor het traject Eemshaven-Delfzijl (circa 11 kilometer) samen met de verbeteropgave van het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het waterschap heeft afspraken gemaakt met de Programmadirectie HWBP om beide opgaven slim en doelmatig te combineren, zodat het traject al in 2016 in uitvoering kan. 

Ook binnen het beheersgebied van het Waterschap Hunze en Aa’s is er een mogelijke samenloop tussen het Hoogwaterbeschermingsprogramma en de aardbevingsdijken, op het traject Chemiepark Delfzijl-Punt van Reide. In de komende periode wordt nader bekeken of dit traject eveneens versneld moet worden opgepakt.

In het akkoord 'Vertrouwen op herstel, herstel van vertrouwen' tussen Rijk, provincie Groningen, Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) en gemeenten, zijn maatregelen opgenomen voor het aardbevingbestendig maken van infrastructuur, waaronder keringen. De kosten van zowel het aardbevingbestendig maken als de eventuele voorfinanciering door het waterschap liggen bij de NAM. De Waterschappen Noorderzijlvest en Hunze en Aas maken individueel afspraken met het ministerie van Economische Zaken. De dijkverbetering voor zowel hoogwaterbescherming als aardbevingsbestendigheid worden integraal opgepakt en begeleid vanuit de programmadirectie.