Nieuwe inzichten en subsidie

Keringbeheerders maken zo veel mogelijk gebruik van actuele kennis en inzichten. Dit kan leiden tot (project overstijgende) kostenbesparingen die meegenomen moeten worden voor een doelmatige uitwerking van het HWBP.

In uitzonderlijke gevallen wordt nieuwe kennis en/of inzichten pas na de subsidiebeschikking van de verkennings- of planuitwerkingsfase ontdekt. Dit kan leiden tot extra kosten in de lopende fases. Deze pagina beschrijft onder welke voorwaarden een project toch in aanmerking komt voor subsidie.

De pagina beschrijft de werkwijze, waarbij  in uitzonderingsgevallen, een beschikking van een verkenningsfase en planuitwerkingsfase kan worden gewijzigd om nieuwe kennis in projecten zo veel mogelijk te bevorderen.

Redeneerlijn

Het HWBP subsidieert op  basis van  voorcalculatie, volgens de Regeling subsidie Hoogwaterscherming. Maar, er wordt regelmatig nieuwe kennis opgedaan wanneer de subsidie al is verleend. Er was tot op heden geen werkwijze hoe de programmadirectie hiermee om gaat. Een mogelijk gevolg is dat er een belemmering ontstaat om nieuwe kennis toe te passen in de projecten omdat deze leiden tot meerkosten. Het uitsluiten van subsidie voor deze situaties sluit daarom niet aan bij de intentie van de regeling om doelmatigheid te bevorderen. Nieuwe inzichten die leiden tot kostenbesparingen, willen we zoveel mogelijk stimuleren en faciliteren.

Een voorbeeld van een project waar toepassing van nieuwe kennis gedurende een fase de doelmatigheid kan bevorderen is bijvoorbeeld wanneer door  toepassing van nieuwe kennis uit de projectoverstijgende verkenningen (POV’s) Macrostabiliteit en Piping de veiligheidsscope fors aangescherpt wordt. Door deze nieuwe kennis in de verkenningsfase alsnog toe te passen kan het voorkeursalternatief beter worden onderbouwd. Dit stelt het project in staat het project doelmatiger uit te voeren.

De programmadirectie biedt binnen de kaders van de regeling de mogelijkheid om zulke kosten te subsidiëren. Op deze pagina vind je een uitwerking van deze kaders.

Juridische grondslag

Het uitgangspunt in de regeling is dat beheerders risicodragend zijn voor een fase. Er wordt met deze redeneerlijn alleen een uitzondering gemaakt voor nieuwe kennis/ inzichten en niet voor andere exogene risico’s.

Werkwijze ‘nieuwe inzichten’ gaat niet over situaties beschreven in artikel 11 die gaan over wijziging wet- en regelgeving. Omdat de meerkosten van nieuwe inzichten goed zijn in te schatten (het gaat namelijk om nieuwe feiten/uitgangspunten en niet om onzekerheden), schrijft deze redeneerlijn voor om de subsidie te wijzigen op basis van (herziene) raming/ voorcalculatie.

Subsidievoorwaarden

Samenvattend moet de beheerder laten zien dat het project proactief is bezig geweest met het zoeken naar nieuwe kennis en dat daar niet eerder binnen het project al op had kunnen bijsturen. Als de beheerder kan aantonen dat hij voldoet aan de volgende voorwaarden, dan kan de beheerder een aanvraag tot wijziging van de subsidie indienen:

  1. Nieuwe kennis en inzichten zijn ontstaan tijdens de lopende verkenning of planuitwerking.
  2. Er moet een direct verband bestaan tussen het nieuwe inzicht en de meerkosten van benodigde extra activiteiten.
  3. De nieuwe kennis en inzichten konden niet worden voorzien bij  de ‘oorspronkelijke’ subsidieaanvraag en bij het opstellen van het plan van aanpak.
  4. Er is geen rekening gehouden met de kennisontwikkeling in het plan van aanpak (inclusief risicodossier) of deze vallen qua omvang hierbuiten (had dus tot oversubsidiëring geleid).
  5. De nieuwe kennis en inzichten moeten leiden tot een doelmatiger project of een doelmatiger uitvoering van het HWBP.
  6. De meest doelmatige inzet van middelen vereist dat de nieuwe inzichten in de lopende fase worden toegepast.
  7. De kosten van activiteiten zijn subsidiabel zolang deze herleidbaar zijn naar het verbeteren van de waterveiligheid.

Werkwijze

De beheerder is verantwoordelijk voor het verzamelen van de bewijslast. De werkwijze is vervolgens in te delen in drie stappen:

1. Aanvraag

De nieuwe werkwijze begint met de aanvraag van een wijziging tot subsidieverlening. Hierin worden de (aanvullende) te behalen resultaten, activiteiten beschreven en een kostenraming opgesteld, net als bij een normale subsidieaanvraag. De nieuwe aanpak wordt vergeleken met de oorspronkelijke plan van aanpak.

2. Toetsing

De aanvraag wordt vervolgens getoetst op dezelfde wijze als een reguliere aanvraag, waarna bij een positief oordeel de subsidie wordt gewijzigd.

3. Voorschot

Omdat de begroting geen rekening houdt met aanvullende subsidies kan dit leiden tot latere betaling.

Met het oog op transparantie en voorspelbaarheid neemt het project bij het bekend worden van de nieuwe inzichten contact op met het begeleidingsteam. Ook de (concept)aanvraag wordt afgestemd met het begeleidingsteam om verrassingen tijdens de toets te voorkomen. Over de vorm en uitwerking van de aanvullende subsidie kunnen nadere afspraken worden gemaakt.