Kabels & Leidingen en subsidie

Het werken aan kabels en leidingen in en om een primaire waterkering waar een versterkingsmaatregel wordt uitgevoerd, vergt een goede afstemming en timing met onder andere de netbeheerders. Het is daarom van belang om tijdig te starten met werk aan kabels en leidingen.

Het verleggen van kabels en leidingen vormt bij vrijwel elke versterkingsmaatregel een reëel risico voor de planning en de kostenraming. Het tijdig starten met het voeren van besprekingen over het verleggen van kabels en leidingen kan later knelpunten in het dijkversterkingsproject voorkomen.

Een veelgenoemde belemmering om tijdig met elkaar in gesprek te gaan, is de onzekerheid over het terugkrijgen van gemaakte kosten. Dit geldt voor netbeheerders, die vaak pas willen meedenken of starten met werkzaamheden als er al concreet zicht is op definitieve plannen. Maar het geldt ook voor de waterschappen, die geen kosten willen vergoeden aan netbeheerders voordat zij zekerheid hebben over uitbetaling van deze kosten vanuit een HWBP-subsidie.

Hoogte van de vergoeding

In de geldende subsidieregeling HWBP zijn de kosten van verleggen van kabels en leidingen subsidiabel in de verkennings-, planuitwerkings- en realisatiefase. Voor telecommunicatiebedrijven is de Telecommunicatiewet naar privaatrecht geregeld. In 2012 is tussen Rijkswaterstaat en de Telecombedrijven een Uitvoeringsprotocol Telecom vastgesteld. 

Voor de overige netbeheerders is de vergoeding van schade publiekrechtelijk geregeld, veelal volgens de Nadeelcompensatieregeling verleggen Kabels en Leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999).

De nadeelcompensatieregeling is een door de minister vastgestelde regeling waarin staat op welke wijze de vergoeding voor een netwerkbeheerder geregeld is. Uitgangspunt is dat met een goedgekeurd projectplan de werkzaamheden vast staan.

Op basis van de noodzakelijke werkzaamheden wordt de vergoeding achteraf vastgesteld. Dat gebeurt met behulp van de compensatieregeling NKL. De beheerder betaalt daarna de vergoeding aan het netwerkbedrijf. De subsidie van het HWBP is hierop gebaseerd. Het Uitvoeringsprotocol Schadevergoeding Kabels en Leidingen is een nadere uitwerking van deze regeling.

Uitgangspunt

Belangrijk uitgangspunt in deze uitvoeringsprotocollen is het gezamenlijke doel om bij het verleggen van kabels en leidingen:

  • te komen tot een maatschappelijk verantwoorde en doelmatige oplossing;
  • elkaar tijdig en voldoende te informeren;
  • voortvarend samen te werken.

Vergoeding door de waterkeringbeheerder van eventuele schade en van kosten van netbeheerders voor het aanpassen en het verleggen van kabels en leidingen, is afhankelijk van de geldende regeling van de betreffende waterkeringbeheerder. Let op: de NKL 1999 wordt niet door iedere waterkeringbeheerder van toepassing verklaard. De subsidie wordt echter wel op basis van deze NKL verstrekt en kan dus afwijken van de vergoeding die door de beheerder wordt uitgekeerd (zie deel B, paragraaf 3.4.3).

Aandachtspunten

1. Kosteninschatting vooraf

De subsidieregeling voorziet in compensatie van kosten voor het verleggen van kabels en leidingen. Deze kosten moeten voorafgaand aan de fase (verkenning, planuitwerking of realisatie) duidelijk zijn. Beheerders geven in een beperkt aantal gevallen aan het lastig te vinden deze kosten vooraf in te schatten, omdat ze afhankelijk zijn van de kabelaar. In de HWBP2 praktijk is gebleken dat de eindafrekening voor kabels en leidingen vrijwel nergens grote verschillen gaf met de vooraf ingeschatte kosten. Voor projecten in het HWBP moet nog blijken hoe goed de kosten vooraf in te schatten zijn. De ervaring is tot op heden beperkt.

Zorg daarom in een vroeg stadium voor een zo volledig mogelijke inschatting van de voorziene kosten van verlegging en bijbehorende risico’s. De project overstijgende verkenning Kabels en Leidingen geeft handvaten in een generiek risicodossier.

2. Grondverwerving

Het verleggen van kabels en leidingen is ook in de verkenningsfase en planuitwerkingsfase mogelijk. Bij de vroegtijdige verlegging kan hierbij grond nodig zijn die niet in eigendom is van de waterkeringbeheerder. De subsidieregeling geeft aan dat grondverwerving pas in de realisatiefase subsidiabel is. Dit betekent dat de beheerder een risico neemt, omdat pas later duidelijk wordt of hij ook subsidie krijgt hiervoor. Tevens moet hij deze kosten vooruitbetalen. Indien dit speelt kan de beheerder een tussentijdse afspraak maken met de programmadirectie HWBP over de subsidiabiliteit van de grondverwerving, zodat eerder duidelijk is of deze kosten later subsidiabel zijn. Het moet dan wel aannemelijk zijn dat de kosten no-regret zijn en er geen andere manieren zijn om de leiding te verleggen. Vaak kan namelijk via zakelijk recht geprobeerd worden de kabels en leidingen te verplaatsen. Op die manier is het niet nodig de grond (direct) te verwerven.

3. Niet vergunde leidingen in bijzondere situaties

In een aantal dijkversterkingstrajecten speelt een bijzondere situatie. In de waterkering liggen leidingen waarvoor geen vergunning is verleend. In sommige gevallen zijn leidingen bij aanleg niet vergunningplichtig. Dit is bijvoorbeeld het geval in Limburg waar de keringen vanwege een noodsituatie zijn aangelegd op locaties waar al leidingen lagen. Deze (nood)waterkeringen zijn daarna als primaire waterkering aangewezen.

De NKL biedt geen handvatten voor een dergelijke situatie. In het advies Buitenleidingen (POV K&L, 28 maart 2019) is aanbevolen om deze leidingen in de subsidieverlening vanuit het HWBP dan op dezelfde wijze te behandelen als buitenleidingen conform de NKL. Dit betekent dat in de praktijk het verleggen van deze leidingen bij een dijkversterking onder dezelfde voorwaarden (niet/deels/geheel) worden vergoed als buitenleidingen, gegeven de randvoorwaarde dat het waterschap de NKL van toepassing heeft verklaard in zijn beleid. Dit advies geldt alleen voor de unieke situatie dat er helemaal geen legger en geen dijk in het gebied aanwezig was.